Het met-vallen-en opstaan-principe

child-falls-off-bike-612x300De laatste tijd lees ik regelmatig (auto)biografieën: ‘Bernhard’ door Annejet van der Zijl, ‘Kees Boeke’ door Daniela Hooghiemstra, ‘Beatrix’ door Jutta Chorus, ‘Mijn Kleine Waanzin’ van Jan Brokken en ‘Under my skin’ en ‘Walking in the Shade’ van Doris Lessing bijvoorbeeld. Het is een genre dat ik niet zo goed kende, maar door mijn recente leeservaringen ben ik helemaal verkocht!
Voor wie met verhalen in organisaties werkt, zijn (auto)biografieën met name interessant omdat ze veel dichter bij organisatieverhalen liggen dan literaire verhalen, waarin je alle vrijheid hebt om af te wijken van de werkelijkheid. Echte levens hebben vaak net als organisatiegeschiedenissen niet die heldere structuur die een bedacht verhaal heeft. Auteurs van (auto)biografieën hebben echter wel een manier moeten bedenken om de vele gebeurtenissen van een mensenleven slim te ordenen.

Afrikaanse leiders
De in 2013 overleden Nobelprijswinnaar van de Literatuur 2007 Doris Lessing publiceerde zo’n 75 romans, verhalen-, gedichten- en essay-bundels en toneelstukken. Haar autobiografieën zijn anders van structuur en sfeer dan haar fictionele werk. Ze beschrijft daarin haar jeugd in Zimbabwe en haar vaak eenzame gezwoeg in Londen, want ook toen ze al een bekend schrijfster was, moest ze hard werken om rond te komen. De verhuizingen van het ene bouwvallige onderkomen naar het andere, waarbij ze steeds weer opnieuw zelf gordijnen maakt, de Afrikaanse vluchtelingen die over de vloer kwamen, het reilen en zeilen van de communistische groeperingen waar ze een tijd lang lid van was; alle verhalen hebben de aantrekkingskracht van het echt gebeurde en de vaak grillige afloop. Soms lijkt het goed te komen met haar woonsituatie als ze eindelijk een woning kan kopen, maar dan wordt ze onverwacht onteigend. Sommige vluchtelingen die over de vloer komen worden Afrikaanse leiders, maar andere raken, ondanks hun veelbelovende capaciteiten, gedesillusioneerd en aan lager wal. Het communisme bracht niet het heil waar de soms naïeve aanhangers destijds op hoopten en toch was het een groep die veel onderlinge solidariteit opbracht en elkaar hielp. Hoe deze chaos te ordenen? In haar tweede autobiografie kiest Lessing voor een ordening die je ook wel op bedrijfswebsites ziet en die ik altijd saai heb gevonden: Lessing rangschikt haar verhaal naar de Londense adressen waar ze gewoond heeft.

‘Echt gebeurd’ is aantrekkelijk
Maar wat bij organisaties vaak saai is, is bij Lessing interessant. Dat komt door wat ik graag het met-vallen-en-opstaan-principe noem. Haar relaas vormt niet één opgaande lijn, maar bestaat uit een reeks van gebeurtenissen waar ze zich met vallen en opstaan doorheen slaat. Juist dat vallen en opstaan maakt ze zo herkenbaar en interessant. Overigens was Lessing zelf maar matig gecharmeerd van dat realisme. Mythes, legendes, verhalen en parabels geven persoonlijke ervaringen een vorm die ze universeel maken en daarmee relevant voor een veel groter publiek, vond ze. Maar mijn ervaring in organisaties is dat mensen zich sterk interesseren voor wat ‘echt gebeurd’ is omdat je je daar makkelijker mee kunt verbinden. ‘Echt gebeurd’ is aantrekkelijk!

Astrid Schutte

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s