De natuurlijke leider is een verhalenverteller
Een leider is iemand die sociale invloed op anderen kan uitoefenen om zo een gemeenschappelijk doel te bereiken, aldus hoogleraar evolutionaire psychologie Mark van Vugt en journalist Anjana Ahuja in ‘De Natuurlijke leider’. Hun evolutionaire verklaring voor het feit dat er leiders zijn is dat ze groepen binden. We zijn allemaal leider, volger of beiden, stelt het duo. In dit boek buigen ze zich over de vraag zich over de vraag waarom leiderschap eigenlijk bestaat. De auteurs poneren daartoe hun Evolutionaire Leiderschapstheorie. Volgens deze theorie is leiderschap ontstaan op de Afrikaanse savanne, waar de homo sapiens zo’n 200.000 jaar geleden jaagde en voedsel verzamelde om in zijn levensonderhoud te voorzien, levend in kleine familiegemeenschappen.
Salaris, status en seks
Leiders waren in die fase vaak fysiek sterke mannen die door de groep gekozen waren omdat hun combinatie van ervaring en kracht de beste overlevingskansen voor de groep bood. Leiderschap in die tijd was er alleen op momenten wanneer dat nodig was, zoals wanneer er gejaagd moest worden op voedsel of wanneer de groep bedreigd werd. Samenlevingen waren egalitair en iedereen deed mee aan groepsdiscussie. Effectieve leiders waren leiders die dicht bij de groep stonden en zorgden voor een rechtvaardige verdeling van bijvoorbeeld voedsel. Ze werden dan ook van hun troon gestoten bij teveel machtsvertoon. Hun beloning was salaris (voedsel), status en seks. In zekere zin waren het meer democratische dan dictatoriale leiders, omdat ze gebruik maakten van de verschillende inzichten van volgelingen. Volgelingen waren degenen die uit welbegrepen eigenbelang het leiderschap (beschermheerschap) van de leider ondersteunden. Volgelingenschap is de standaardinstelling van ons brein, zo stellen Van Vugt en Ahuja.
Ons brein houdt van egalitair
Met de agrarische revolutie (13.000 jaar geleden) veranderde dit leiderschapsmodel. Doordat er meer voedsel was, groeide de macht van leiders en daarmee de uitwassen want macht corrumpeert. Van de agrarische revolutie naar de huidige moderne staat is het evolutionair gezien maar een paar stapjes. Dat betekent dat ons brein nog steeds ingesteld is op het werken in kleine groepen met egalitaire leiders die hun macht niet misbruiken. Onze huidige voorkeur voor transformationele en dienende leiders past hier ook goed bij.
Goede leiders zijn goede praters
Omdat onze hersenen nog steeds zijn ingesteld op leiderschap zoals dat eruit zag op de Afrikaanse savanne, betekent dit dat wij leiders op veel vlakken beoordelen zoals onze voorouders dat zouden doen.
We willen bijvoorbeeld slimme leiders en kiezen daarom we bij voorkeur goed gebekte leiders. Een grote taalvaardigheid is de betrouwbaarste indicatie van iemands IQ. De persoon met de grootste mond zien we al gauw als leider, ongeacht wat hij zegt. Als er meer personen zijn met een grote mond, heeft degenen met het beste verhaal natuurlijk een voorsprong.
Omdat we ingesteld zijn op leven in kleine groepen waar iedereen elkaar kent, hebben we veel interesse in de persoonlijke levens van leiders omdat we die informatie gebruiken om te bepalen of we iemand vertrouwen of niet. Daarom zijn we geïnteresseerd in de uitschuiftafel[1] waaraan Agnes Jongerius leerde hoe menselijke verhoudingen in elkaar zitten en willen we weten hoe Geert Wilders zijn bewaking in kamp Zeist[2] ervoer. Effectieve leiders kunnen dus ook een persoonlijk verhaal effectief vertellen.
Maar volgelingen willen niet alleen luisteren naar leiders. Ze willen ook praten mét leiders om hun macht zo nodig in te tomen. Een methode is de openbare discussie, die de meeste groepen en stammen kenden en waarbij volwassen mannen bij elkaar komen om te praten over beslissingen die de hele groep aangaan, zoals het binnenvallen van een naburig territorium. Een andere methode om de macht van de leider in te perken is roddelen. Taal is volgens de evolutionair wetenschapper Robin Dunbar zo’n 50.000 tot 100.000 jaar geleden ontwikkeld om roddels te kunnen verspreiden: een manier om vraagtekens te kunnen zetten bij het gedrag van de leider. Roddels gaan vaak over leiders. Als leiders daar niet naar luisteren, is er altijd nog satire. Veel samenlevingen kennen de nar en de cabaretier. Met zijn blad ‘De Help’ en zijn actie tegen de helpdeskterreur vervulde Youp van ’t Hek een duidelijke narfunctie gericht tegen de overmachtige bedrijven die met hun met standaard scripts werkende callcenters, klanten met een kluitje in het riet sturen.
Storytelling-lessen van natuurlijke leiders
Uit de bevindingen van Van Vugt an Ahuja zou je de volgende
storytelling-lessen kunnen trekken:
1. Leiders met een goed verhaal zullen eerder als leider geaccepteerd worden.
2. Slimme leiders accepteren dat volgelingen persoonlijke informatie nodig hebben om hun betrouwbaarheid in te kunnen schatten
3. Het verhaal van de leider en daarmee zijn visie is geen product van één brein. Echte leiders ontwikkelen hun verhaal in een openbare discussie waardoor ze het zo nodig kunnen bijstellen. Zo verkrijgen ze draagvlak.
De natuurlijke leider.
Waarom sommige mensen leiden en anderen volgen. Lessen uit 2,5 miljoen jaar
leiderschap.( A.W. Bruna 2010.)
Astrid Schutte en Mieke Bouma geven op 6 & 7 oktober 2011 een Masterclass Storytelling & Leiderschap, waarin we onder meer ingaan op het ontwikkelen en vertellen van je persoonlijke leiderschapsverhaal. Inschrijven daarvoor kan hier.
[1]
Mijn brein is mijn forte. Daniele Pinedo. NRC 6-8-2011
[2]
Kies voor vrijheid. Een eerlijk antwoord. Geert Wilders. Groep Wilders 2005